Saai feest

Saai feest

Een dagje zeevissen, mooi weer, zonnetje schijnt, op de pier zijn weinig mensen en dus genoeg ruimte voor de werphengel, én er staat een aflandige, oostelijke wind; handig die wind mee bij het inwerpen. Na de eerste inworp zit ik in mijn stoeltje en kijk belangstellend naar de bewegingen van het topje van de hengel. Uit mijn ooghoek zie ik een man op de fiets aankomen.

Hij vraagt belangstellend of ik al wat gevangen heb; nou nee, ik ben hier pas vijf minuten, even wachten nog.

‘Als je wat vangt, neem je die vis dan mee’, vraagt ‘ie?

Ja, als de vis aan de maat is wel; een schar of bot is niet te versmaden, toch?

‘Hmm, je maakt ‘em dus dood!?’

Eh…  ja, en maak de vis vrij van ingewanden en vinnen én bak de vis in roomboter.

‘Ja, ja; dood dus’. Het blijft een tijdje stil.

‘Op mijn leeftijd denk je vaak aan de dood. Ik vind dat eigenlijk een verkeerd woord. De dood is een poort, een ondeelbaar ogenblik naar een nieuw, ander leven; een transitie. Ik wil dus begraven worden; om dat ik dat symbolisch vind voor die overgang; een zaadje in de aarde stoppen, zodat een nieuw leven kan ontspruiten’.

Op mijn leeftijd is de dood nog ver weg; alhoewel, het kan je elke dag overkomen, antwoord ik.

‘Eigenlijk vind ik begraven een onjuist woord’, gaat de man verder. ‘Ter aarde bestellen is een beter woord. En een graf is voor mij ook geen laatste rustplaats, maar een tussenstation; en dan vooral voor de nabestaanden. Mijn teraardebestelling moet dus een zaaifeest worden’.

Een saai feest, vraag ik met opgeheven wenkbrauwen?

‘Nee, nee geen saai féést, maar een zááifeest; vieren dat een leven geleefd is én dat een nieuw leven wordt gezaaid. Met ‘feestgangers’ in witte of veelkleurige kleding, met muziek en dans die daaraan uiting geeft’.

‘En de teraardebestelling begint een kwartier voor zonsopkomst; als iedereen de schep met aarde heeft gehanteerd en het geplante van vruchtbare aarde heeft voorzien, gaat de zon op. Onder de klanken van Händels Hallelujah’ ontwaakt een nieuw leven, in de grond en in de natuur. Symboliek, mijnheer, symboliek‘.

Weten die feestgangers hier al van, vraag ik.

‘Nee, nee; het wordt tijd om ze het te vertellen’.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *