RELING ANKER

RELING ANKER

Laatst had ik een ontmoeting met een holistisch therapeute. Een vrouw die enthousiast vertelde dat zij na door diepe dalen te zijn gegaan, nu gevonden had waar ze al lang naar op zoek: holisme. De som der delen van het geheel beïnvloedt elkaar, of zoals zij zei: ‘Een op aarde, in de kosmos levende mens, is dus niet alleen een lichaam met emoties en gevoelens. Dat alles is met elkaar verbonden en beïnvloedt elkaar. Alles wat je denkt, doet, voelt en ervaart, beïnvloedt alles wat je denkt, doet, voelt en ervaart’.

In die zin geeft holisme dus uitdrukking aan de complexiteit en interactiviteit van het uit de som der delen bestaande geheel. In de praktijk van alledag kan ik die complexiteit en interactiviteit wel voorstellen; ga maar eens een relatie aan; of kijk eens naar de uitkomsten van heden ten daags wetenschappelijk astronomisch onderzoek; het duizelt me.

Overigens was zij wel zo eerlijk om toe te geven dat er vele (persoonlijke) interpretaties van het holisme waren, waarbij het eigen gevoel het overheersende, leidende deel was. Anders gezegd, mijn gevoel is de maatstaf der dingen.

Die maatstaf kwam ik ook tegen bij een domina waarmee ik in gesprek raakte. Ze had te dealen met verscheidene delen van de werkelijkheid: sterfgevallen in de nabije familie, scheiding, een narcistische partner en een burn-out die leidde tot arbeidsongeschiktheid. Ga er maar aanstaan. Geen wonder dat ze twijfelde aan woorden en intenties van alles en iedereen; misschien twijfelde ze wel nog ’t meest aan haarzelf. Hoewel, we spraken over ’t geloof en wel in het bijzonder over die twijfel van haar. Misschien is er een richting, leidraad te vinden in de Catechismus opperde ik; toch één van de pilaren van de vertolking van het christendom. Daar zat ik dus geheel naast; ze had niets met de Catechismus; ze kon daar Gods wil en/of plan niet uit afleiden. Mijn logische vervolgvraag was dus waar de leidraad dan wel uit af te leiden viel. ‘Mijn gevoel’, was het antwoord. ‘Als het goed voelt, is dat voor mij Gods wil’.

Dichter Willem Kloos schreef het al in 1894: ‘Ik ben een God in ’t diepst van mijn wezen’. Deze versregel zou je tot de conclusie kunnen brengen dat Kloos zijn tijd ver vooruit was. Immers, het individualisme en zijn uitwassen heeft van ons allemaal een deeltje gemaakt terwijl de verbondenheid met het geheel geheel verloren is gegaan; sociaal maatschappelijke betrokkenheid is ver te zoeken, de lijm van een gezamenlijke ideologie is opgelost en verworden tot gelegenheidscoalities; een menu, voor elk wat wils.

Maar Kloos bedoelde toch wat anders dan deze bovenstaande conclusie, denk ik. Zoals in de titel van een vroeger EO-kinderprogramma ‘Prinsen en Prinsessen’ tot uiting komt.

De Raadgever van de Belgische (vice-)premier, Mark van de Voorde, verwoordde de bedoeling van Kloos als volgt:

Nogal wat mensen zeggen tegen mij dat ik steeds meer op mijn vader gelijk. Ik stel dat eigenlijk ook vast: dezelfde bewegingen, dezelfde reacties, dezelfde soort flauwe grapjes. En toch ben ik mijn vader niet. Ergens zit hij wel in mij. Genetisch geërfd. Maar dat mijn vader genetisch traceerbaar is in mijn DNA, betekent nog niet dat ik mezelf niet zou zijn maar slechts hem in uitgesteld relais. Toch lijkt het soms of mijn vader, door ergens in mij te ‘wonen’, me appelleert.

Misschien mag ik de relatie tussen God en mij ook zo’n beetje begrijpen, alle ‘mankementen’ van de beeldspraak in acht genomen. Ook God zit in ons, aangezien wij naar zijn beeld en gelijkenis zijn bedoeld. Daardoor is Hij is nog niet van ons en zijn wij nog helemaal niet God. Maar diep in ons appelleert Hij. In het diepste van ons wezen. Daarom hoop ik ook dat ik “God in ’t diepst van gedachten” mag tegenkomen. Om te kunnen handelen naar zijn beeld en gelijkenis.

Het anker van je levensbootje aan de reling van je eigen gevoel hangen, lijkt me een recept voor teleurstelling en mis-leiding.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *