Vrijdagmorgen om 8 uur ontbijt, samenzang, kringgebed en afscheid nemen. Vooral dat laatste duurt langer dan gepland. ‘Will we see you again?’ Veelheid aan antwoorden volgt: ‘Yes, I will be back; maybe; I don’t know, but I’d love to’. Afscheidsfoto’s, groepsfoto’s, foto’s met hem, met haar … Om 10 uur rijden drie busjes het terrein van het IBC conferentieoord terrein af, toeterend; op weg naar de supermarkt. Mondvoorraden voor de reis worden ingeslagen en voor sommigen zijn het de weekendboodschappen. Om 11 uur begint de 2000 kilometer lange terugreis.
In het busje worden indrukken gedeeld, vallen stiltes waarin eenieder zijn eigen gedachten en emoties heeft, en wordt de stilte overstemd door zang van BLØF en Stef Bos. Op de route naar de grens passeren we enkele militaire checkpoints, zonder problemen. Bij de grens rijden we een kleine rij wachtende auto’s voorbij en staan we vooraan in de rij bij de slagboom. Stempel van de Oekraïense douane in het paspoort en door naar de Poolse kant. Paspoorten- en papierencheck: oké. Sorry, steekproef: busje in apart gebouw boven een met een rooster afgedekte ‘smeerput’, zodat ook de onderkant van het busje kan worden geïnspecteerd. Alle bagage eruit en uitgestald, ritsen open zodat de speurhond, die het busje van binnen en buiten al heeft bezocht ook onze bagage kan besnuffelen; hij slaat niet aan. De vriendelijke douanier kijkt hier en daar in de tassen, stelt wat vragen over wat we hebben gedaan en zo; houdt het wel voor gezien. Maakt geen bezwaar tegen het nemen van een foto en wenst ons een goede reis. Binnen twee uur de grens gepasseerd, wauw; dat heeft wel eens 8 uur geduurd, zo vertellen medereizigers uit ervaring.
’s Avonds rond klok van negen uur stoppen we bij een restaurant voor het diner. Ik ben blij dat de ‘gatenkaasroute’ voor en na de grens voorbij is; soms zweef ik boven de stoel om de pijn op te vangen van de snelheid over deze nachtelijk bonkerige wegen. Boven in de nok van het restaurant tussen de gebinten zitten we aan drie grote picknicktafels; een klein plateau met uitzicht op de begane grond. Aan de bar beneden worden de drankjes en de hoofdschotels besteld; we hebben trek. We zijn verbaasd over de omvang van de gerechten; menigeen voldoet niet aan moeders adagium van ‘je bordje leeg eten’. Sommigen bestellen een toet(je), eveneens goed voor 4 personen. Beneden, op de begane grond zag je alleen maar leeggegeten borden.
Voort gaat het in rap tempo over de Poolse snelwegen. Flits…, zijn we geflitst? Nou ja, toch niets meer aan te doen. Met de Bundesrepublik in zicht volgt een appje: een busje staat stil op de vluchtstrook; wij zoeken een parkeerplek met restaurant. Het busje wordt door een Poolse hulpdienst naar een benzinestation gebracht. Ad-blue-vloeistof en diesel aangevuld en hij start en rijd weer; bijna 4 uur oponthoud. We zoeven verder.
Rond één uur arriveren bij de Stadskerk in Groningen en worden hartelijk ontvangen. Binnen staat de tafel gedekt voor een gezamenlijke lunch. Daarna wordt de bagage van de achterblijvers uitgeladen en de rest van de bagage herverdeeld, al naar gelang de routes van de busjes hierna. Afscheid wordt genomen, we zien elkaar weer.
Het laatste uurtje rijden naar De Wijngaard in Leeuwarden. Er wordt op me gewacht; een lange omhelzing volgt. Bagage in de auto, afscheid nemen en adviezen en goede wensen innemen; op weg naar huis. De thermostaat staat op 16 graden, maar ik heb het warm, ben moe en suf. Eerste verhalen, hoe was ’t voor jou? Zwijgend en genietend een poosje op de bank tegen elkaar aanleunend; en vroeg gaan slapen op mijn rechterzij….