PRIJS VAN DE LIEFDE

PRIJS VAN DE LIEFDE

Onlangs kreeg ik een telefoontje: ‘Ik moet je spreken; ik wil iets aan je kwijt’.

Het duurde maar even; ik wist wie ik aan de telefoon had, terwijl het zo’n vijftig jaar geleden was toen ik haar voor ’t laatst sprak: mijn eerste grote liefde.

We maakten een afspraak voor de volgende dag, en zaten aan tafeltje in een uithoek van een grote zaal zodat we niet gestoord werden.

‘Ik wil je vertellen wat onze verkering, of liever wat het einde van die verkering mij heeft gebracht’, zo begon ze. ‘Jij was mijn grote liefde; ik zag een leven lang met jou voor me; we spraken zelf over verloven. En op een gegeven moment ging je met je ouders op familiebezoek naar Canada; toen je terugkwam van die reis heb je de verkering verbroken. Ik weet nog steeds niet waarom en hoe’.

Ja, zo was ’t  inderdaad …

‘Ik was er kapot van, dat je de verkering verbrak. Thuis kwamen ze niet verder dan goed bedoelde woorden als ‘het gaat wel over’ en ‘er zijn wel andere jongens die je leuk vinden’; en een knuffel tijdens mijn huilbuien. Maar wat ik eigenlijk nu pas heb gerealiseerd, is de impact die het verbreken van onze verkering op mijn leven heeft gehad’.

Ik keek haar vragend aan.

‘Jij hebt me afgewezen en dat deed pijn, ongelofelijke pijn; die ik nooit eerder had ervaren. Ik wilde die ook nooit meer ervaren. Ik schoot in de overlevingsstand, in de ratio. Ik werd goed in vragen stellen aan een ander, vragen over mezelf en hoe het met mij ging beantwoordde ik met niemanddalletjes of, nog veel vaker met ontwijkende antwoorden; ik wilde niet meer geraakt worden, gekwetst worden. Ik zorgde ervoor dat niemand mij echt kende. Ik wilde en kon er voor anderen zijn; maar als die anderen er voor mij wilden zijn en mij wilden leren kennen, haakte ik af. Relaties liepen stuk om de angst dat ze toch niet zouden blijven bestaan. Ik trouwde, misschien wel tegen beter weten in; maar volgde het sociaal wenselijk geachte huisje-boompje-beestje; en ik had een affaire’.

Ze nam een slok koffie en ging door.

‘Mijn ex volgde therapiesessies bij een psycholoog en was niet echt mededeelzaam daarover; samen volgden we relatietherapieën, die niets opleverden. Hij en zijn psychologe kwamen tot de conclusie dat ik psychiatrische hulp nodig had; hij stelde mij voor de keuze: of ik ging in therapie bij een psychiater of ik ging het huis uit.

Ik ging het huis uit en dus volgde de scheiding.

De kinderen gaven mij toentertijd de schuld van de misère, geholpen door de opmerkingen en beweringen van mijn ex. Een ex, die rol van Pilatus aannam. Vooringenomen schoonouders (die klaagden wat ik hen wel niet had aangedaan) en een zwager die mij tot verantwoording wilden dwingen. Vertegenwoordigers van het kerkgenootschap die mij de artikelen van de kerkorde wilden doen volgen, zonder aandacht te besteden aan het waarom en hoe. Ik voelde me ongelooflijk in de steek gelaten. Het enige wat mij overeind hield, was de tekst van de laatste perikoop van Romeinen 8.’

Er volgde een stilte. Ik realiseerde me dat de aangehaalde tekst het onmogelijk maakte om die Ene band te verbreken.

‘Een paar maanden voor de scheiding volgde ik een workshop. In een zogenaamde geleide droom werd ons gevraagd wat de rode draad in ons leven was; en of we die rode draad ook konden vatten in een tekening. Er kwamen verscheidene antwoorden op die vraag, allemaal zelfstandige naamwoorden zoals werk, gezin, gezondheid. Mijn antwoord werd een werkwoord. Het duurde een lange poos voor dat ik realiseerde dat ik altijd aan het ‘dienen’ was; er proberen te zijn voor de ander zonder zelf erin meegezogen te worden. En ik tekende twee puzzelstukjes, die van mij en die van de ander. En de kunst was om mijn kunde en vaardigheden zo in te zetten dat mijn puzzelstukje perfect zou aansluiten op dat ander puzzelstukje; en die kunst was gedoemd om te mislukken, omdat mijn kunde en vaardigheden zijn grenzen kent; en over die grenzen gaan leidde tot twee burn-outs en tal van verbroken privé- en werkrelaties’.

Ja, …. it takes two to tango.

‘Heb je toevallig het boek van Mike Mason gelezen, het Mysterie van het huwelijk? En het begin van hoofdstuk 3 van De tweede Berg, over het maxi-huwelijk? Bijna utopische pleidooien voor het onderhouden, het voeren van relaties; een hemel op aarde nastreven; ga er maar aan staan in onze wrede wereld en cultuur van individualisme en zelfontplooiing; een hemel op aarde nastreven, terwijl eenieder zijn eigen hemel definieert en nastreeft. En toch is dat wat ik ook nu nog probeer, die utopie; een beetje hemel creëren op deze aarde; langzaam, met vallen en opstaan. En ik weet wat mijn grenzen, mijn beperkingen zijn. Er is nog genoeg te doen in mijn eigen tuin’.

‘En wat maakt nu dat je dit mij vertelt’, vroeg ik.

‘Ik heb ingezien hoe ik een windvlaag heb laten uitgroeien tot een storm, een orkaan met grote gevolgen. Jou dit vertellen helpt me te accepteren wat ik heb gedaan, … en nagelaten. En ik hoop oprecht dat het verbreken van onze verkering jou geen orkanen heeft opgeleverd’.

We namen afscheid; het weer tijdens mijn leven onbesproken latend.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *